De ruimte is een verlaten fabrieksgebouw. Je word met een groep van 10 mensen tegelijkertijd naar binnen gelaten. Je loopt door naar het einde van de ruimte waar de installatie zich bevindt. Er is een hoog plafond, en een gat in de vloer waardoor er een doorkijk is naar de verdieping beneden. Om het droomaspect te verbeelden, wil ik de elementen laten zweven. Het hangt in de lucht, ongrijpbaar. Boven het gat hangt het begin beeld. Dit bestaat uit een tafel, een stoel, een klein tafeltje. Er zijn geen menselijke spelers in deze installatie; de objecten zijn de personages. De tekst wordt gesproken door een audio-opname. Deze klinkt door de hele verdieping. Door de tekst niet vanuit een duidelijke bron te laten komen, probeer ik de dromerigheid te versterken. Alsof het vanuit de ruimte zelf komt. Achter, boven, naast, voor je is. Een insluiting. Per akte verschijnen er elementen die gekoppeld zijn aan het thema uit deze akte. Het verloop van de akte wordt zichtbaar door de beweging van de elementen die naar beneden vallen, zakken of juist omhoogkomen tijdens de aktes. Daarnaast zijn er een soundscape en een lichtplan die de verschillende ritmes en de sfeer van het stuk visualiseren. De eerste akte begint met een spanning, een snelheid en een hardheid die het thema van de defensie reflecteren. Zo heb ik met elke akte gekeken naar een verloop passend aan het thema van de akte. Gedurende het stuk komt er meer rust in het verloop van lichten, geluid en changementen in beeld. Als bezoeker kan je gedurende de voorstelling vrij door de ruimte bewegen, je afstand nemen of rond de installatie bewegen. Door geen vaste kijkrichting aan te nemen, creëer ik meer diepte in het beeld en een diversiteit aan perspectieven. Dit doe ik om zo de abstractie van deze droomwereld en tekst te weergeven. Het is niet eendimensionaal, maar bestaat uit verschillende fragmenten die naast en met elkaar bestaan. De voorstelling duurt ongeveer 30 minuten. Ik heb ervoor gekozen om dit te plaatsen in een verlaten fabriek omdat ik vind dat de verlatenheid van een pand een eigen soort aspect van levendigheid geeft. Of eigenlijk de absentie ervan. Een herinnering eraan. Het weerspiegelt de tekst voor mij op de manier dat het een bepaalde ongrijpbaarheid heeft van die menselijkheid waardoor de ruimte zelf ook deze gekke dubbelheid krijgt van herkenning en vervreemding. Door de grootsheid van zo’n leegstaande ruimte creëer ik juist een intimiteit met de kleinheid van de installatie. Door een lichtplan en soundscape door te trekken in de hele ruimte wordt deze hele ruimte onderdeel van de ervaring. Het materiaal heeft ook een bepaalde abstractie; de herkenning van de objecten is duidelijk. Je ziet een tafel, een stoel, een vis. Maar door de eierschalen abstraheert het. Het lijkt op zand, maar dat is het niet, en ook gruis of gips lijken net niet te passen. Dit zorgt voor surrealisme in het beeld. Ook de symboliek van de eierschalen. De breekbaarheid. Wanneer een object naar beneden valt, breekt het en is het verdwenen. Dit verbeeld de vluchtigheid van een droom. De ongrijpbaarheid.